Francis Weyzig

Tax, finance and development

Belastingen verbouwen

Laatst kwamen wat vrienden op bezoek die al een tijd niet bij ons thuis waren geweest. “Wow, wat is jullie huis mooi geworden,” zeiden ze toen ze binnenkwamen. Dat kwam als een verrassing, want voor mijn gevoel blijft het klussen zich maar voortslepen. Wat was er allemaal veranderd sinds de laatste keer? De trap natuurlijk, die maakte wel echt een verschil. En de ingebouwde kasten, de deuren… Ik keek er opeens weer met een frisse blik naar en hoorde mezelf zeggen: “Ja, we zijn blij met hoe het is geworden.”

Ik moest hieraan denken toen ik na zes jaar het belastingprogramma bij CPB te hebben geleid, terugkeek op die periode. Belastingen waren een taai beleidsterrein geweest. Vijf staatssecretarissen kwamen en gingen, veel voorstellen voor vereenvoudiging sneuvelden. Een belastingvrijstelling voor aandeleninkoop werd halsoverkop afgeschaft en meteen weer hersteld. Bij de hypotheekrenteaftrek kwam aan het licht dat er vanaf 2031 grote uitvoeringsproblemen zijn, wat miljarden kan gaan kosten, en de reactie daarop was om de koppen stevig in het zand te steken. Plus het drama rond box 3, alles bij elkaar geen fraai plaatje. Maar dat is niet het hele verhaal, want met een frisse blik zie je dat sinds 2020 ook heel wat vooruitgang is geboekt. Ik licht er graag een grote verandering uit.

Belasting op inkomen uit bv’s toe aan verbouwing

In de aanloop naar de verkiezingen van 2021 – het was midden in coronatijd – zette het CPB opties voor kansrijk belastingbeleid op een rij. Zo ook voor de belasting op ondernemingen. Er bleek wat aan de hand bij ondernemers met een eigen bv, de zogeheten directeur-grootaandeelhouders. Om fiscale redenen werd namelijk steeds meer vermogen opgepot in bv’s, ook als dat niet nodig was voor de bedrijfsvoering. Als directeuren een deel van hun inkomen in de bv lieten zitten, werd over de eerste 200.00 euro aan winst maar 15% belasting geheven. Als de winst vervolgens werd uitgekeerd, kwam daar nog box 2-heffing bovenop. Maar directeuren konden ook lenen van hun eigen bv, in dat geval konden ze over het geld beschikken zonder box 2-heffing te betalen. Geen wonder dus dat veel artsen, adviseurs en accountants een bv hebben, over een deel van hun inkomen hoefden ze dan maar 15% belasting te betalen en niet het toptarief in de loonbelasting.

Er was destijds al een voorstel gedaan om grenzen te stellen aan het onbelast lenen van de eigen bv, maar eerst gebeurde en nog iets anders. In 2022 werd de winst waarvoor het lage tarief gold namelijk verhoogd naar 395.000 euro. Dat was een recept voor nieuwe ontwijkingsconstructies. En ja hoor, belastingadviseurs gingen al snel reclame maken voor het splitsen van bedrijven in meerdere bv’s.

Intussen verschenen er steeds meer rapporten die lieten zien dat het belastingstelsel uit balans raakte door de lage belasting op niet uitgekeerde winsten van bv’s. Er waren verschillende manieren om daar wat aan te doen. De meest vergaande was een fundamentele belastinghervorming, maar dat is hem niet geworden.

Wel werden in 2023 de regels aangescherpt over het looninkomen van ondernemers met een eigen bv. Voorheen konden die ervoor kiezen om het deel van hun inkomen dat als loon wordt belast een kwart lager vast te stellen dan wat gebruikelijk is voor hun werkzaamheden. Bij een lager loon blijft er meer inkomen achter als winst in de bv. Die toegestane marge werd in 2023 geschrapt. In de praktijk bleek dat overigens weinig uit te maken.

Diverse maatregelen maken samen een groot verschil

Tegelijk werd het lage tarief in de winstbelasting verhoogd naar 19% en de toepassing ervan weer teruggebracht tot de eerste 200.000 euro aan winst. Daarmee werd het splitsen van bv’s meteen veel minder aantrekkelijk. Het verschil in belastingheffing tussen winst- en looninkomen nam hierdoor ook af.

Bovendien werd het wetsvoorstel aangenomen om het onbelast lenen van de eigen bv te begrenzen. In 2023 kwam er een maximum en een jaar later werd dat nog iets aangescherpt, tot 500.000 euro plus leningen voor de eigen woning. Voor veel mensen zal een half miljoen niet meteen als een beperking klinken. Door de jaren heen is echter zoveel inkomen in bv’s opgepot, dat sommige eigenaren daar ver overheen zaten. In totaal was het deel van de uitstaande leningen dat door deze wet hetzelfde zou worden belast als uitgekeerde winst meer dan 10 miljard euro.

Daarnaast werd aangekondigd dat er in 2024 twee tarieven zouden komen voor winstuitkeringen. Voor de eerste 67.000 euro werd het box 2-tarief iets verlaagd naar 24,5%, daarboven zou het tarief aanzienlijk omhoog gaan naar 31%. Tijdens de chaotische stemmingen in de Tweede Kamer over het Belastingplan 2024, waarin twintig  amendementen werden aangenomen, werd dat tarief verder verhoogd naar 33%.

Veel ondernemers wachtten niet tot de nieuwe regels in werking traden. In 2022 stegen de aflossingen op leningen van de eigen bv, waardoor het totale bedrag aan uitstaande leningen langzaam terugliep. Verder keerden directeuren eind 2023 massaal winsten uit die zij jarenlang hadden opgepot in hun bv’s. Dit was ongekend: binnen twee maanden werd meer dan 30 miljard euro extra uitgekeerd. Het resultaat was dat miljarden aan box 2-heffing, die jarenlang waren vermeden door winsten in bv’s te houden, alsnog werden afgedragen.

Op naar de volgende klus

“Boven moet nog een hoop gebeuren hoor”, zei ik enigszins verontschuldigend. Voor het belastingstelsel geldt hetzelfde, box 1 is bijvoorbeeld dringend aan vereenvoudiging toe, zodat werkenden beter kunnen inschatten hoeveel hun netto inkomen stijgt als ze meer gaan werken. Mijn blik viel op nieuwe vegen op de witte muur. Het moet ook af en toe worden bijgewerkt, besefte ik. Maar het is echt een enorm verschil met hoe het eerst was.

Deze blog werd eerder gepubliceerd als CPB column

Information

This entry was posted on May 3, 2026 by in Dutch posts.

Navigation